FRITZ!Box 7581 Service - Knowledge Base

FRITZ!Box 7581 Service

LAN-verbinding met de FRITZ!Box niet mogelijk

Een of meer LAN-poorten kunnen niet worden gebruikt om verbinding te maken met de FRITZ!Box. De FRITZ!Box herkent de hierop aangesloten computers, NAS-systemen of andere netwerkapparaten niet en deze apparaten hebben geen toegang tot de FRITZ!Box en tot internet. Op het apparaat wordt mogelijk een van de volgende foutmeldingen weergegeven:

  • "Een netwerkkabel is niet aangesloten."
  • "Netwerkkabel niet aangesloten."
  • "Er is geen verbinding met een netwerk."

Voer de hier beschreven maatregelen na elkaar uit. Controleer na elke maatregel of het probleem is opgelost.

1 FRITZ!Box opnieuw opstarten

  • Ontkoppel de FRITZ!Box gedurende 5 seconden van de stroomvoorziening.

    Opmerking:De instellingen van de FRITZ!Box blijven daarbij behouden. Het opnieuw opstarten duurt ongeveer 2 minuten. Gedurende deze tijd heb je geen toegang tot de gebruikersinterface.

2 Meest recente FRITZ!OS installeren

Voer deze maatregelen uit met een ander apparaat dat is verbonden met de FRITZ!Box:

  1. Installeer op de FRITZ!Box het meest recente FRITZ!OS.

3 Actuele software voor netwerkadapter installeren

  • Installeer de meest recente driver voor de LAN-netwerkadapter van de computer of de meest recente software voor het apparaat.

    Opmerking:De meest recente apparaatdrivers worden vaak niet aangeboden via de Windows-update. Gebruik daarom de drivers van de website van de fabrikant (bijvoorbeeld Intel, Broadcom, Realtek).

4 Apparaat rechtstreeks met FRITZ!Box verbinden

De volgende maatregel is noodzakelijk als het apparaat niet rechtstreeks maar via een hub/switch, powerline-adapter, LAN/WLAN-omvormer of ander apparaat is verbonden met de FRITZ!Box:

  1. Verbind het apparaat direct met een LAN-aansluiting van de FRITZ!Box. Gebruik indien mogelijk de gele kabel die is meegeleverd met de FRITZ!Box.
  2. Als je nu wel een LAN-verbinding kunt maken met de FRITZ!Box, wordt het probleem veroorzaakt door het tussengeschakelde apparaat of de bekabeling hiervan:
      1. Controleer of alle tussengeschakelde apparaten naar behoren werken.
      2. Werk de software / firmware bij van alle tussengeschakelde apparaten.
      3. Gebruik andere, kortere netwerkkabels om de apparaten aan te sluiten op de FRITZ!Box.

5 Andere kabel testen

Het apparaat is mogelijk met de FRITZ!Box verbonden via een netwerkkabel die te lang, verkeerd bedraad of defect is:

  • Gebruik een zo kort mogelijke netwerkkabel van goede kwaliteit (bijv. de meegeleverde gele kabel) om het apparaat aan te sluiten op de FRITZ!Box.

    Opmerking:Elke standaard CAT5e-ethernetkabel van het type STP (Shielded Twisted Pair, 1:1) van maximaal 100m kan worden gebruikt om een apparaat aan te sluiten op de FRITZ!Box.

6 Energiespaarfunctie van de netwerkadapter uitschakelen

  • Als er energiespaarfuncties zijn ingeschakeld voor de LAN-netwerkadapter van de computer of het apparaat, schakel je deze uit bij wijze van test.

    Opmerking:In het Windows-onderdeel Apparaatbeheer kun je voor veel LAN-netwerkadapters verschillende energiespaarfuncties configureren. Deze instellingen vind je onder de eigenschappen van de netwerkadapter op het tabblad "Energiebeheer".

7 LAN-instellingen van de FRITZ!Box aanpassen

Mogelijk ontstaan er problemen bij het bepalen van de transmissiesnelheid. Test daarom of de verbinding tot stand kan worden gebracht als je de instellingen wijzigt van de gebruikte LAN-poort:

  1. Open de gebruikersinterface van de FRITZ!Box met een ander apparaat.
  2. Klik in het menu "Home Network" op "Network".
  3. Klik op het tabblad "Network Settings".
  4. Als in de sectie "LAN Settings" de optie "Green Mode" is ingeschakeld voor de gebruikte LAN-poort, schakel dan de optie "Power Mode" in.
    • Als voor de gebruikte LAN-poort de optie "Power Mode" is ingeschakeld, schakel je de optie "Green Mode" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

8 Andere LAN-poort testen

  1. Sluit het apparaat bij wijze van test aan op de andere LAN-poorten van de FRITZ!Box en gebruik hiervoor een zo kort mogelijke netwerkkabel (bijvoorbeeld de gele kabel die is meegeleverd met de FRITZ!Box).
  2. Als je apparaat op een andere LAN-poort toegang heeft tot de FRITZ!Box en internet, gebruik dan deze LAN-poort.

9 Ander apparaat testen

  1. Sluit een andere apparaat aan op de LAN-poort van de FRITZ!Box.
  2. Als het andere netwerkapparaat toegang heeft tot de FRITZ!Box en internet, is het eerste apparaat onjuist geconfigureerd of defect.