FRITZ!Box 7590 Service - Knowledge Base

FRITZ!Box 7590 Service

Interne telefoongesprekken voeren

Als er meerdere telefoons zijn aangesloten op je FRITZ!Box, kun je (gratis) interne telefoongesprekken voeren tussen de telefoons. Je kunt bijvoorbeeld een draadloze telefoon gebruiken om een telefoon bellen die is aangesloten op een analoge poort van de FRITZ!Box.

Opmerking:De configuratieprocedure en informatie over functies in deze handleiding hebben betrekking op het meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box.

1 Voorbereidingen

Telefoons die rechtstreeks of via een ISDN-telefooncentrale zijn aangesloten op de poort "FON S0" van de FRITZ!Box, zijn niet automatisch intern bereikbaar. De FRITZ!Box wijst de telefoons tijdens de configuratie weliswaar een intern telefoonnummer toe, deze telefoonnummers moeten echter nog worden toegewezen in de telefoon of de telefooncentrale:

Telefoon in FRITZ!Box configureren

  1. Klik op "Telephony" in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Telephony" op "Telephony Devices".
  3. Configureer elke telefoon die is aangesloten op de poort "FON S0", als ISDN-telefoon. Klik hiervoor op de knop "Configure New Device" en volg de instructies.
  4. Als je een ISDN-telefooncentrale hebt aangesloten op de FRITZ!Box, moet je ook alle analoge telefoons die zijn aangesloten op deze telefooncentrale als ISDN-telefoon configuren in de FRITZ!Box. Klik hiervoor op de knop "Configure New Device" en volg de instructies.

Interne telefoonnummers in FRITZ!Box toewijzen

  1. Klik op "Telephony" in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Telephony" op "Telephony Devices".
  3. Klik de knop (Bewerken) bij de betreffende ISDN-telefoon.
  4. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Number of the terminal device" het interne telefoonnummer, bijvoorbeeld 52.
  5. Klik op "OK" om de instellingen op te slaan.

Interne telefoonnummer in telefoon toewijzen

  • Wijs het interne telefoonnummer als inkomend telefoonnummer toe aan de ISDN-telefoon. Als de telefoon is aangesloten op een telefooncentrale, moet je het telefoonnummer niet toewijzen aan de telefoon, maar aan de nevenaansluiting van de telefooncentrale.

2 Interne gesprekken voeren

Keypad in de telefoon configureren

Toetssequenties zijn teken- en cijferreeksen waarmee je de functies kunt in- en uitschakelen. Bij een telefoon die aan het basisstation van de FRITZ!Box is aangemeld, bijvoorbeeld FRITZ!Fon FRITZ!Fon C5, kun je de toetssequenties meteen gebruiken. Bij een telefoon dat op de poort voor ISDN-apparaten is aangesloten ("FON S0"), of bij een draadloze telefoon die nietaan het basisstation van de FRITZ!Box is aangemeld, moet je eerst de functie keypad configureren:

  • Stel de telefoon zodanig in, dat hiermee toetssequenties (teken- en nummerreeksen, zoals *121#) kunnen worden verzonden en speciale tekens zoals * en # kunnen worden gekozen. Bij veel telefoons configureer je deze functie via het menu "Operation at a PBX > Dialing options > Dial * and #".

Intern telefoneren

  • Wanneer alle telefoons moeten overgaan die zijn verbonden met de FRITZ!Box, kies je **9 voor een paging-oproep. Je voert dan een gesprek met de telefoon die als eerste wordt opgenomen.
    • Wanneer een bepaalde telefoon moet overgaan, kies je ** en vervolgens het interne telefoonnummer van de telefoon.

      Voorbeeld:
      Om een telefoon te bellen die is aangesloten op de poort "FON 1", kies je **1.

      Opmerking:Je vindt de interne telefoonnummers van de telefoontoestellen in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box onder "Telephone Book > Internal Numbers".