FRITZ!Powerline 1260E Service - Knowledge Base

FRITZ!Powerline 1260E Service

Powerlineverbinding wordt niet tot stand gebracht

De powerlineverbinding tussen FRITZ!Powerline-adapters wordt niet tot stand gebracht en de "Powerline"-led brandt niet permanent.

Voer de hier beschreven maatregelen na elkaar uit om het probleem te verhelpen.

1 Fabrieksinstellingen van de FRITZ!Powerline-adapter laden

Onjuiste instellingen in de FRITZ!Powerline-adapter kunnen verhinderen dat de powerlineverbinding tot stand wordt gebracht. Laad daarom de fabrieksinstellingen van alle FRITZ!Powerline-adapters. Als je een FRITZ!Powerline-adapter met draadloze functie gebruikt, wacht dan nadat je de adapter in het stopcontact hebt gestoken ca. 1 minuut tot de "WLAN"-led blijft branden.

  1. Druk op het apparaat op de betreffende knop:
    modelKnopDuur
    FRITZ!Powerline 500E / 520E "Reset" 2 seconden
    FRITZ!Powerline 510E / 530E "Security" 12 seconden
    FRITZ!Powerline 540E / 546E "WLAN/WPS" en "Powerline · Security" 10 seconden
    FRITZ!Powerline 1000E / 1220E "Powerline · Security"  10-15 seconden
    FRITZ!Powerline 1240E "WLAN-WPS/Powerline · Security" 15 seconden
    FRITZ!Powerline 1260E "Connect" 15 seconden
  2. Tijdens het proces knipperen alle leds één keer. Zodra de "Power"-led of "WLAN"-led blijft branden, is het laden van de fabrieksinstellingen voltooid.

2 FRITZ!Powerline-adapters met elkaar verbinden

3 Interferentiefactoren in het elektriciteitsnet minimaliseren

Communicatie tussen powerline-adapters kan ernstig worden belemmerd door interferentiefactoren in het elektriciteitsnet in huis. Probeer om deze interferentiefactoren te minimaliseren of volledig te vermijden:

  1. Gebruik de FRITZ!Powerline-adapter rechtstreeks in een wandcontactdoos en niet in een stekkerdoos of met een verlengsnoer.
  2. Vermijd powerlineverbindingen via verschillende stroomgroepen, zekeringskasten en aardlekschakelaars.
  3. Gebruik de FRITZ!Powerline-adapter niet achter een overspanningsbeveiliging.
  4. Schakel andere apparaten bij wijze van test uit of koppel deze tijdelijk los van de stroomvoorziening om mogelijke interferentiebronnen op te sporen en vervolgens te minimaliseren.

    Mogelijke interferentiebronnen zijn bijvoorbeeld schakelende voedingen, dimmers, halogeensystemen, energiespaarlampen, lopende elektromotoren (bijvoorbeeld van de koelkast, keukenmachine, wasdroger, wasmachine, stofzuiger of boormachine).

  5. Zorg ervoor dat kabels waardoor een VDSL-signaal loopt, op een afstand van ten minste 10 cm worden gelegd van elektriciteitskabels en stopcontacten.
  6. Test verschillende wandcontactdozen en verklein de afstand tussen de FRITZ!Powerline-adapters.