FRITZ!Powerline 1260E Service - Knowledge Base

FRITZ!Powerline 1260E Service

Regelmatige onderbrekingen van de powerlineverbinding

De powerlineverbinding tussen twee of meer FRITZ!Powerline-adapters wordt regelmatig onderbroken. Na de onderbreking wordt de verbinding automatisch weer tot stand gebracht of pas nadat een van de powerline-adapters kort wordt verwijderd uit het stopcontact.

1 Meest recente FRITZ!OS voor FRITZ!Powerline installeren

2 Controleren of de FRITZ!Powerline-adapters goed werken

Test de functie van de FRITZ!Powerline-adapters in een stekkerdoos om een technisch defect uit te sluiten:

  1. Sluit de FRITZ!Powerline-adapters naast elkaar aan op een stekkerdoos waarop geen andere apparaten zijn aangesloten.
  2. Verbind een FRITZ!Powerline-adapter via een netwerkkabel met je router (bijvoorbeeld FRITZ!Box).
  3. Verbind de andere FRITZ!Powerline-adapter via een netwerkkabel met een netwerkapparaat (bijvoorbeeld computer, settopbox).

    Opmerking:Bij het gebruik van een FRITZ!Powerline-adapter met draadloze functie kun je als alternatief ook een draadloos apparaat (bijvoorbeeld smartphone) verbinden.

  4. Controleer of het probleem ook optreedt tijdens deze test.

3 Vermijden van externe interferentiefactoren

Vaak wordt het onderbreken van de verbinding veroorzaakt door externe factoren die interfereren met de powerlinecommunicatie via het stroomnet. Probeer met behulp van de volgende tips zulke interferentiefactoren volledig te vermijden:

  1. Sluit FRITZ!Powerline-adapters niet aan achter een apparaat (bijvoorbeeld een stekkerdoos) met overspanningsbeveiliging.
  2. Sluit de FRITZ!Powerline-adapters bij voorkeur rechtstreeks aan op wandcontactdozen en niet op verlengsnoeren of stekkerdozen.
  3. Test het gedrag van de FRITZ!Powerline-adapters op verschillende wandcontactdozen.
  4. Vermijd powerlineverbindingen via verschillende stroomgroepen, zekeringskasten en aardlekschakelaars.
  5. Ontkoppel andere apparaten bij wijze van test van de stroomvoorziening om mogelijke interferentiebronnen op te sporen en te verwijderen.

    Vaak voorkomende interferentiebronnen zijn schakelende voedingen, dimmers en halogeensystemen, koelkasten en diepvriezers, drogers en wasmachines of elektrische pompen in werking.

  6. Plaats kabels waardoor een VDSL-signaal loopt op een afstand van ten minste 10 cm van elektriciteitskabels en stopcontacten.
  7. Verklein de afstand tussen de adapters.