FRITZ!Powerline 1260E Service - Knowledge Base

FRITZ!Powerline 1260E Service

Powerlineverbinding is traag

Als de overdrachtssnelheid langzaam is, wordt dit meestal veroorzaakt door externe factoren die interfereren met de powerlinecommunicatie via het stroomnet. In sommige gevallen kan het probleem echter ook worden veroorzaakt door een defect apparaat.

1 Controleren of de FRITZ!Powerline-adapters goed werken

FRITZ!Powerline-adapters configureren om de functie te testen

  1. Steek de FRITZ!Powerline-adapters naast elkaar in een stekkerdoos. Koppel alle andere apparaten los van de stekkerdoos.
  2. Verbind één van de FRITZ!powerline-adapters via een netwerkkabel met een computer waarop het programma FRITZ!Powerline is geïnstalleerd.
  3. Breng een gegevensstroom via het powerline-netwerk tot stand, bijvoorbeeld door bestanden te kopiëren of verbinding met internet te maken.

Doorvoercapaciteit bepalen

FRITZ!Powerline 1000E/1220E/1240E/1260E ondersteunen de zogenaamde MIMO-technologie (Multiple Input Multiple Output). Hierbij worden alle drie draden van een stroomkabel (fase, nul en aarde) gebruikt om het signaal door te geven. Als beide geleiderparen (fase/nul, fase/aarde) kunnen worden gebruikt, dan kan de doorvoercapaciteit worden verhoogd tot bijna het dubbele van de snelheid van de powerline-adapters zonder MIMO (maximale brutosnelheid van 1200 Mbit/s).
Als beide geleiderparen niet tegelijk kunnen worden gebruikt voor de verbinding, dan selecteert FRITZ!Powerline 1000E/1220E/1240E/1260E automatisch de geleiders die waarschijnlijk de beste transmissiekwaliteit en een sterke powerline-verbinding bieden. Deze technologie wordt "diversity" genoemd (maximale brutosnelheid van 600 Mbit/s).

Afhankelijk van de draden die kunnen worden gebruikt, wordt aangegeven welke technologie (MIMO/Diversity) en dus welke gegevenssnelheid van toepassing is:

Belangrijk:De gebruikte technologie (MIMO/Diversity) wordt mogelijk niet weergegeven als powerline-adapters van andere fabrikanten en/of powerline-adapters met andere snelheidsklassen worden gebruikt in het powerline-netwerk.

  1. Open het programma FRITZ!Powerline.
  2. Beweeg de muisaanwijzer over het symbool van de FRITZ!Powerline-adapter die niet met de computer is verbonden via de netwerkkabel.
    • Een informatievenster wordt geopend (zie afb.).

      Afb.: Doorvoercapaciteit weergeven

  3. Controleer welke doorvoercapaciteit wordt weergegeven voor "Send" en "Receive".

Als één van de weergegeven doorvoercapaciteiten ten minste 600 Mbit/s (met MIMO-technologie) of 300 Mbit/s (met diversity-technologie) bedraagt, dan werken de FRITZ!Powerline-adapters naar behoren.

Opmerking:De weergegeven doorvoercapaciteit in FRITZ!Powerline is de zogenaamde bruto-doorvoercapaciteit. Bepalend voor de overdrachtssnelheid van de bruikbare doorvoercapaciteit (bijvoorbeeld downloads) is de netto-doorvoercapaciteit. Deze is aanzienlijk lager dan de bruto-doorvoercapaciteit, omdat een groot deel van de capaciteit nodig is om de verbinding tot stand te brengen en in stand te houden.
Als je powerline-adapters van andere snelheidsklassen gebruikt (bijvoorbeeld een powerline-adapter met een doorvoersnelheid van 500 Mbit/s in combinatie met een adapter met een doorvoercapaciteit van 1200 Mbit/s), dan neemt de doorvoersnelheid verder af zodra de adapters met de lagere snelheidsklasse ook actief zijn.

2 Vermijden van externe interferentiefactoren

De volgende maatregel is alleen noodzakelijk als het resultaat van de test ten minste 250 Mbit/s bedroeg, maar de snelheid nog altijd aanzienlijk lager is wanneer de powerline-adapters op verschillende stopcontacten, in andere kamers of op andere verdiepingen worden gebruikt. Aangezien de doorvoercapaciteit van de powerlineverbindingen wordt beïnvloed door hoogfrequente stoorsignalen of elektrische systemen met een dempende werking, kun je de doorvoercapaciteit optimaliseren door mogelijke interferentiebronnen te verwijderen:

  • Sluit de FRITZ!Powerline-adapters rechtstreeks aan op een wandcontactdoos. Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen.
  • Sluit de FRITZ!Powerline-adapters bij wijze van test aan op andere wandcontactdozen.
  • Sluit FRITZ!Powerline-adapters niet aan achter een apparaat met overspanningsbeveiliging (bijvoorbeeld een stekkerdoos).
  • Verklein de afstand tussen de adapters.
  • Vermijd powerlineverbindingen via verschillende stroomgroepen, zekeringskasten en aardlekschakelaars.
  • Ontkoppel andere apparaten bij wijze van test van de stroomvoorziening om mogelijke interferentiebronnen op te sporen en te verwijderen.

    Vaak voorkomende interferentiebronnen zijn schakelende voedingen, dimmers en halogeensystemen, koelkasten en diepvriezers, drogers en wasmachines of elektrische pompen in werking.

  • Plaats kabels waardoor een VDSL-signaal loopt op een afstand van ten minste 10 cm van elektriciteitskabels en stopcontacten.

Als de doorvoercapaciteit in het powerlinenetwerk nog steeds laag is, kunnen we je geen andere suggesties geven voor het optimaliseren van de powerlineverbinding.