FRITZ!Powerline 540E Service - Knowledge Base

FRITZ!Powerline 540E Service
Not your product?

Kan geen powerline-verbinding tot stand brengen tussen FRITZ!Powerline-adapters

Het lampje "Powerline" op minstens één FRITZ!Powerline-adapter brandt niet en de powerline-verbinding kan niet tot stand worden gebracht. Dit betekent ook dat er geen netwerkverbinding tot stand kan worden gebracht tussen de FRITZ!Powerline-adapters.

Voer de stappen uit zoals hier aangegeven. Controleer na elke poging of het probleem is verholpen.

1 Een knop gebruiken om de fabrieksinstellingen te laden

Onjuiste instellingen in de powerline-adapters kunnen verhinderen dat de verbinding tot stand komt. Daarom moet je de fabrieksinstellingen van alle FRITZ!Powerline-adapters laden om alle instellingen te verwijderen:

2 FRITZ!Powerline-adapters verbinden

Alle adapters moeten hetzelfde netwerkwachtwoord gebruiken om afzonderlijke FRITZ!Powerline-adapters te verbinden en zo een powerline-netwerk te vormen of om extra FRITZ!Powerline-adapters te integreren in een reeds bestaand powerline-netwerk:

  1. Sluit de FRITZ!Powerline-adapter(s) aan op een stopcontact.

    Opmerking:Sluit de powerline-adapters bij de configuratie aan op stopcontacten die niet te ver van elkaar verwijderd zijn, zodat je de adapters kunt verbinden over een korte afstand. Zodra ze zijn verbonden om een netwerk te vormen, kun je ze op de stroomvoorziening aansluiten op de plek waar je wilt.

  2. Druk op de FRITZ!Powerline-adapter die het netwerkwachtwoord gaat ontvangen, de betreffende knop in om de ontvangst van het netwerkwachtwoord te initiëren:
    • Als je een FRITZ!Powerline-adapter hebt met een of meer knoppen op de basis van het apparaat:
      • Houd de knop "Security" een seconde ingedrukt.
    • Het lampje "Powerline" op de adapter knippert.
    • Als je een FRITZ!Powerline-adapter hebt met knoppen op de voorkant van het apparaat:
      • Houd de knop "Powerline(/Security)" een seconde ingedrukt.
    • Het lampje "Powerline(/Security)" op de adapter knippert.
  3. Druk binnen twee minuten op de betreffende knop op de FRITZ!Powerline-adapter die het netwerkwachtwoord gaat doorgeven:
    • Als je een FRITZ!Powerline-adapter hebt met een of meer knoppen op de basis van het apparaat:
      • Houd de knop "Security" een seconde ingedrukt.
    • Als je een FRITZ!Powerline-adapter hebt met knoppen op de voorkant van het apparaat:
      • Houd de knop "Powerline(/Security)" een seconde ingedrukt.
  4. Herhaal de stappen 1 – 3 voor alle andere FRITZ!Powerline-adapters die je wilt integreren in het powerline-netwerk.
    • De lampjes "Powerline(/Security)" op alle adapters blijven branden zodra de FRITZ!Powerline-adapters met elkaar zijn verbonden in een netwerk.

3 Controleren of de FRITZ!Powerline-adapters goed werken

  1. Sluit de FRITZ!Powerline-adapters aan op naburige stopcontacten van een stekkerdoos. Koppel alle andere apparaten los van de stekkerdoos.
  2. Zodra ze zijn aangesloten, controleer je of de lampjes "Powerline" van alle FRITZ!Powerline-adapters branden.
    • Als de lampjes "Powerline" van alle FRITZ!Powerline-adapters ten minste 20 seconden blijven branden, dan is de powerline-verbinding tot stand gebracht en werken de FRITZ!Powerline-adapters goed.
      Als er nog altijd interferentie is op de powerline-verbinding wanneer de adapters worden aangesloten op de betreffende stopcontacten, dan zijn er mogelijk andere factoren die de powerline-verbinding beïnvloeden:
      • Interferentie van hoogfrequente signalen.
      • Interferentie van elektrische systemen met dempende werking.
        • Je kunt de stabiliteit van de verbinding optimaliseren door mogelijke interferentiebronnen te verwijderen:
          • Sluit de FRITZ!Powerline-adapters rechtstreeks aan op een wandstopcontact. Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen.
          • Test ze op verschillende wandstopcontacten in dezelfde ruimte en ook in andere ruimten.
          • Gebruik geen FRITZ!Powerline-adapters achter een apparaat met overspanningsbeveiliging (bijvoorbeeld een stekkerdoos).
          • Verklein de afstand tussen de adapters.
          • Gebruik voor de powerline-verbindingen niet verschillende elektrische fasen, zekeringskasten en aardlekschakelaars.
          • Ontkoppel andere apparaten tijdens de test om mogelijke interferentiebronnen op te sporen en te verwijderen.

            Opmerking:Vaak voorkomende interferentiebronnen zijn werkende dimmers en halogeensystemen, schakelende voedingen, ijskasten en vriezers, drogers en wasmachines of elektrische pompen.

          • Plaats de kabels met VDSL-signalen op een afstand van ten minste 10 cm van elektrische bedrading en stopcontacten.
            • Als de powerline-verbinding nog altijd wegvalt of niet tot stand kan worden gebracht nadat je alle mogelijke interferentiebronnen hebt verwijderd of geminimaliseerd, kunnen we je geen andere suggesties geven voor het optimaliseren van de powerline-verbinding. Zelfs als we onze uiterste best doen, is het lastig om interferentiebronnen van elektrische apparaten in de huisomgeving op te sporen en te verwijderen.