FRITZ!Powerline 540E Service - Knowledge Base

FRITZ!Powerline 540E Service

Draadloos bereik is laag

Het bereik van de draadloze verbinding (WiFi) tussen FRITZ!Powerline en een draadloos netwerkapparaat (bijvoorbeeld notebook, smartphone, tablet) is laag.

Oorzaak

  • Draadloze netwerkapparaten met verouderde software (bijvoorbeeld stuurprogramma's, firmware), interferentiebronnen in de buurt, bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld de dikte en wapening van muren) en andere apparaten die radiogolven uitzenden (onder andere magnetrons, babyfoons), kunnen van invloed zijn op de kwaliteit en dus het bereik van een draadloze verbinding.

Opmerking:De configuratieprocedure en informatie over functies in deze handleiding hebben betrekking op het meest recente FRITZ!OS van FRITZ!Powerline.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Meest recente FRITZ!OS voor FRITZ!Powerline installeren

2 Meest recente software van het draadloze netwerkapparaat installeren

  • Installeer de meest recente driver voor de draadloze netwerkadapter van de computer of het meest recente besturingssysteem (bijvoorbeeld Android, iOS) voor het draadloze netwerkapparaat.

    Opmerking:Informatie over updates van de draadloze netwerkadapter of het draadloze netwerkapparaat vind je in het handboek of verkrijg je rechtstreeks van de fabrikant.
    De nieuwste stuurprogramma's voor de FRITZ!WLAN Stick vind je in onze downloadsectie.

3 Maximale zendvermogen configureren

  1. Klik in de gebruikersinterface van FRITZ!Powerline op "Wireless" ("WLAN").
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld, ga je verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional Settings".
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

4 Autokanaal inschakelen of bijwerken

Als het autokanaal is ingeschakeld, controleert FRITZ!Powerline de draadloze omgeving en gebruikt automatisch de meest geschikte instellingen voor het draadloze kanaal. In de loop van de dag kan de drukte op de frequentieband echter aanzienlijk veranderen. Zolang er nog draadloze netwerkapparaten zijn verbonden met de FRITZ!Powerline, werkt deze het autokanaal niet bij. Daarom kan het autokanaal elk moment handmatig worden bijgewerkt:

Opmerking:Als het autokanaal wordt ingeschakeld en bijgewerkt, worden alle draadloze verbindingen met FRITZ!Powerline verbroken en opnieuw tot stand gebracht.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van FRITZ!Powerline.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Schakel de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  5. Klik op de knop "Refresh Autochannel".

5 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze netwerkapparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding met de FRITZ!Powerline nog steeds wordt beïnvloed.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen door het apparaat of de FRITZ!Powerline-adapter op een andere plek neer te zetten.

6 Draadloze netwerkapparaten optimaal positioneren

  1. Plaats de FRITZ!Powerline niet direct in de hoek van een kamer.
  2. Plaats FRITZ!Powerline indien mogelijk op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  3. Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de FRITZ!Powerline adapter en de andere draadloze netwerkapparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  4. Plaats de FRITZ!Powerline niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  5. Plaats de FRITZ!Powerline en het draadloze netwerkapparaat om te testen zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt.

    Opmerking:Wanneer je alle andere mogelijke bronnen voor de fout hebt uitgesloten, kun je de afstand tussen beide apparaten weer vergroten.

7 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, kan het voorkomen dat draadloze netwerkapparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je FRITZ!Powerline een unieke naam om dit te voorkomen:

  1. Klik in de gebruikersinterface van FRITZ!Powerline op "Wireless" ("WLAN").
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer bij "Name of the radio network (SSID)" een willekeurige naam in, zonder speciale tekens. Omdat niet elk draadloos netwerkapparaat speciale tekens ondersteunt, adviseren wij alleen Latijnse standaardletters (dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) en cijfers te gebruiken.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbindingen met de FRITZ!Powerline dan opnieuw configureren.

De FRITZ!Powerline is nu optimaal geconfigureerd en je hebt het best mogelijke draadloze bereik tussen je draadloze netwerkapparaten en FRITZ!Powerline.

Opmerking:Als je het draadloze bereik niet voldoende hebt kunnen vergroten met behulp van deze maatregelen, kun je een FRITZ!WLAN Repeater gebruiken om het draadloze netwerk van FRITZ!Powerline uit te breiden.