FRITZ!WLAN Repeater 300E Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Repeater 300E Service
Not your product?

Regelmatige onderbrekingen van de draadloze verbinding met FRITZ!WLAN Repeater

De draadloze verbinding (WiFi) tussen de FRITZ!WLAN Repeater en de draadloze router (bijvoorbeeld een FRITZ!Box) en/of de draadloze verbinding tussen een notebook, smartphone of een ander draadloos netwerkapparaat en de FRITZ!WLAN Repeater wordt regelmatig onderbroken.

Voer de hier beschreven stappen na elkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.

1 Draadloze versleutelingsmethode van de draadloze router corrigeren

Als je een andere draadloze router dan de FRITZ!Box gebruikt, kan de verbinding van de repeater naar de router afbreken als de router geen volledige ondersteuning biedt voor de versleutelmethode van de repeater. In de fabrieksinstellingen ondersteunt de FRITZ!WLAN Repeater de veilige versleutelingsmethode WPA2 en WPA (Wi-Fi Protected Access) tegelijkertijd. Zorg ervoor dat je draadloze router is geconfigureerd voor een van deze versleutelingsmethoden:

  • Schakel de versleutelingsmethode WPA2 (CCMP) of WPA (TKIP) in de instellingen van de draadloze router in.

2 Draadloze netwerkapparaten bijwerken

Nieuwe versies van de firmware en het stuurprogramma zijn geoptimaliseerd en bieden oplossingen voor fouten. Zorg er dus voor dat alle apparaten de meest recente softwareversie gebruiken:

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!WLAN Repeater installeren

Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer op je router de recente firmware.

    Opmerking:Informatie over het bijwerken verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via de handleiding.

Meest recente software van het draadloze netwerkapparaat installeren

  • Installeer de meest recente driver voor de draadloze netwerkadapter van de computer of het meest recente besturingssysteem zoals bijvoorbeeld Android, iOS voor het draadloze netwerkapparaat.

    Opmerking:Informatie over het bijwerken verkrijg je van de fabrikant, bijvoorbeeld via de handleiding.
    De nieuwste drivers voor de FRITZ!WLAN Sticks vind je op onze downloadpagina.

3 Maximale zendvermogen configureren

Zendvermogen van de draadloze router configureren

Opmerking:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over de configuratie van een andere draadloze router verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via de handleiding.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld, ga je verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%". Als de vervolgkeuzelijst niet wordt weergegeven, schakel dan eerst de geavanceerde weergave in.
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Zendvermogen van de repeater instellen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater op "Wireless" ("WLAN").
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

4 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze netwerkapparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer of de draadloze verbinding nog steeds wordt beïnvloed.
    • Als de draadloze verbinding niet meer wordt beïnvloed:
      1. Schakel een voor een de apparaten weer in.
      2. Controleer na het inschakelen van elk apparaat of de draadloze verbinding weer wordt beïnvloed.
        • Wanneer je het storende apparaat of de storende apparaten hebt opgespoord, heb je de volgende mogelijkheden:
          • Laat de storende apparaten uitgeschakeld,
            • of:
          • Schakel het autokanaal in, of werk het autokanaal bij (zie maatregel "Autokanaal inschakelen of bijwerken"),
            • of:
          • Positioneer de draadloze router en de FRITZ!WLAN Repeater optimaal (zie maatregel "Draadloze netwerkapparaten optimaal positioneren").

5 Repeater en router optimaal positioneren

  1. Plaats de draadloze router indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  2. Plaats de draadloze router niet direct in de hoek van een kamer.
  3. Plaats de draadloze router indien mogelijk op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  4. Plaats de draadloze router indien mogelijk zo hoog mogelijk boven in de kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  5. Plaats de draadloze router zodanig dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze netwerkapparaten. Vooral objecten van metaal of waterhoudende objecten zoals bijvoorbeeld radiatoren, een koelkast en zelfs kamerplanten verminderen duidelijk de kwaliteit van het draadloze signaal.
  6. Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders zoals bijvoorbeeld magnetrons, draadloze speakers of bluetoothapparaten.
  7. Vind de optimale plaats voor de repeater.

6 Optimale draadloze kanaal configureren

Opmerking:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over de configuratie van een andere draadloze router verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via de handleiding.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Klik in de sectie "Wireless Environment" op het tabblad dat wordt gebruikt voor de draadloze frequentieband (indien beschikbaar).
  4. Klik op de link "Show disturbances to wireless network" (indien beschikbaar).
  5. Gebruik de grafiek "Use of the Wireless LAN Channels" om te bepalen welk kanaal in het lagere frequentiebereik het minst wordt beïnvloed door andere draadloze netwerken en interferentiebronnen.
  6. Schakel in de sectie "Radio Channel Settings" de optie "Adjust the radio channel settings" in.
  7. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Radio channel" het gevonden kanaal met de minste interferentie.
  8. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  9. Als je nu nog steeds problemen ondervindt met de draadloze verbinding, herhaal je de stappen 3 - 8 met een draadloos kanaal in het middenbereik en vervolgens met een kanaal in het hogere frequentiebereik en gebruik je het draadloze kanaal dat het minst wordt beïnvloed door storingen.

    Belangrijk:De grafiek van de draadloze omgeving is een momentopname! De drukte op de frequentieband kan in de loop van de dag duidelijk veranderen omdat veel draadloze netwerken worden ingeschakeld bij gebruik. Controleer daarom meerdere malen welke draadloze kanalen het minst worden beïnvloed door interferentie.

7 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, kan het voorkomen dat draadloze netwerkapparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je draadloze router een unieke naam om dit te voorkomen:

Opmerking:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over de configuratie van een andere draadloze router verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via de handleiding.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer in het invoerveld "Name of the wireless radio network (SSID)" een unieke naam in voor de 2,4- en de 5GHz-frequentieband (indien beschikbaar), zonder speciale tekens. Als er maar één invoerveld wordt weergegeven, schakel dan eerst de geavanceerde weergave in. Omdat niet elk draadloos netwerkapparaat speciale tekens ondersteunt, raden wij aan om alleen letters en cijfers (alfanumerieke tekens, dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) te gebruiken.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbinding van de FRITZ!WLAN Repeater met de draadloze router en de draadloze verbinding van de andere apparaten dan opnieuw configureren.