FRITZ!WLAN Repeater 310 Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Repeater 310 Service

Beveiligingsinstellingen van het draadloze netwerk van de FRITZ!WLAN Repeater wijzigen

Tijdens de configuratie importeert de FRITZ!WLAN Repeater automatisch de beveiligingsinstellingen van het draadloze netwerk van de draadloze router (bijvoorbeeld FRITZ!Box). Je kunt de beveiligingsinstellingen van het draadloze netwerk van de FRITZ!WLAN Repeater elk moment wijzigen.

Opmerking:Wij adviseren om voor het gehele thuisnetwerk identieke draadloze beveiligingsinstellingen te gebruiken om het voor draadloze netwerkapparaten makkelijker te maken tussen de draadloze netwerken te wisselen (draadloos roaming).

1 Draadloos netwerk inschakelen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Schakel het draadloze netwerk in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

2 Beveiligingsinstellingen van het draadloze netwerk wijzigen

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de gebruikersinterface van de FRITZ!WLAN Repeater.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Security".
  3. Klik op het tabblad "Encryption".

    LET OP!Kies wanneer mogelijk altijd voor WPA-versleuteling, want deze biedt de beste beveiliging. Gebruik alleen een andere encryptiemethode als de gebruikte draadloze netwerkapparaten geen WPA-versleuteling ondersteunen.

  4. Als je de veilige WPA-versleuteling wilt gebruiken (aanbevolen):
    1. Schakel de optie "WPA Encryption" in.
    2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "WPA mode" de optie "WPA2 (CCMP)".

      Opmerking:Als je nog draadloze netwerkapparaten gebruikt die WPA2 niet ondersteunen, gebruik je de instelling "WPA + WPA2". Als je deze instelling selecteert, gebruiken je draadloze netwerkapparaten automatisch de veiligste WPA-modus voor draadloze verbindingen.

    3. Voer in het invoerveld "Network key" een wachtwoord naar keuze in dat tussen 16 en 63 tekens lang is.

      Belangrijk:Voor optimale beveiliging kies je een wachtwoord van minimaal 20 tekens en gebruik je een combinatie van hoofdletters en kleine letters (geen letters zoals ä, ë, ö, ü, é, í), cijfers en andere tekens.

    • Als je de onveilige WEP-versleuteling (niet aanbevolen) wilt gebruiken:
    1. Schakel de optie "WEP Encryption" in.
    2. Voer in het invoerveld "Network key" een wachtwoord naar keuze (13 tekens lang) in.

      Belangrijk: Voor de netwerksleutel kun je alleen hoofdletters, kleine letters (geen letters zoals ä, ë, ö, ü, é, í) en cijfers gebruiken.

    • Als je geen versleuteling (niet aanbevolen) wilt gebruiken, waardoor het draadloze netwerk niet beveiligd is, schakel je de optie "non-encrypted" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Nu wordt het pop-upvenster "Wireless LAN Access" geopend met de nieuwe instellingen voor draadloze beveiliging van de FRITZ!WLAN Repeater. Print of noteer deze instellingen en configureer de draadloze verbinding met de FRITZ!WLAN Repeater opnieuw.