FRITZ!WLAN Stick AC 430 Service - Knowledge Base

FRITZ!WLAN Stick AC 430 Service

Draadloos bereik is laag

Het bereik van de draadloze verbinding (WiFi) tussen je FRITZ!WLAN Stick en draadloze router (bijvoorbeeld FRITZ!Box) is laag.

Oorzaak

  • Een verouderd stuurprogramma voor de FRITZ!WLAN Stick, interferentiebronnen in de buurt, bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld de dikte en wapening van muren) en andere apparaten die radiogolven uitzenden (onder andere magnetrons, babyfoons), kunnen van invloed zijn op de kwaliteit en dus het bereik van een draadloze verbinding.

Voer de hier beschreven maatregelen na elkaar uit. Controleer na elke maatregel of het probleem is opgelost.

1 Meest recente driver voor de FRITZ!WLAN Stick installeren

2 Meest recente firmware voor de draadloze router installeren

  • Installeer de meest recente firmware voor de draadloze router volgens de instructies van de fabrikant.

    Opmerking:Als je een FRITZ!Box gebruikt, installeer dan de meest recente versie van FRITZ!OS zoals wordt beschreven in deze handleiding.

3 Maximale zendvermogen configureren

Zendvermogen van de draadloze router configureren

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Sommige FRITZ!Box-instellingen worden alleen weergegeven als de geavanceerde weergave is ingeschakeld. Informatie over de configuratie van een andere router verkrijg je van de fabrikant van het apparaat, bijvoorbeeld via het handboek.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Als de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" is ingeschakeld, ga je verder met de volgende maatregel.
    • Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld:
      1. Klik op "Additional settings" (indien beschikbaar).
      2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Maximum transmitter power" de waarde "100%".
      3. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Zendvermogen van de FRITZ!WLAN Stick instellen

  1. Dubbelklik op het pictogramvan FRITZ!WLAN in het systeemvak van de Windows-taakbalk (Systray).
  2. Klik in het venster "Connection Monitor".op "Properties".
  3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst "Transmitter power in %" onder "Properties" de waarde "100%".
  4. Klik op "Close" om de instellingen op te slaan.

4 Autokanaal inschakelen of bijwerken

Als het autokanaal is ingeschakeld, controleert de FRITZ!Box de draadloze omgeving en gebruikt automatisch de meest geschikte instellingen voor het draadloze kanaal. In de loop van de dag kan de drukte op de frequentieband echter aanzienlijk veranderen. Zolang er nog draadloze netwerkapparaten zijn verbonden met de FRITZ!Box, werkt deze het autokanaal niet bij. Daarom kan het autokanaal elk moment handmatig worden bijgewerkt:

Opmerking:Met het inschakelen en bijwerken van het autokanaal worden alle draadloze verbindingen met de FRITZ!Box verbroken en opnieuw tot stand gebracht.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Channel".
  3. Schakel de optie "Set radio channel settings automatically (recommended)" in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.
  5. Klik op de knop "Refresh Autochannel".

5 Interferentiebronnen opsporen

  1. Schakel een voor een alle apparaten uit die het draadloze netwerk kunnen storen.

    Opmerking:Alle apparaten die radiogolven uitzenden, zijn mogelijke interferentiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld andere draadloze netwerkapparaten, draadloze speakers, bluetooth-apparaten, babyfoons of magnetrons.

  2. Controleer na het uitschakelen van ieder apparaat of de draadloze verbinding nog steeds wordt beïnvloed.

Zodra je een apparaat hebt ontdekt dat interferentie veroorzaakt, kun je het uit laten staan of proberen de interferentie te voorkomen door het apparaat of de draadloze router op een andere plek neer te zetten.

6 Draadloze netwerkapparaten optimaal positioneren

  1. Plaats de draadloze router indien mogelijk in een centraal gelegen ruimte.
  2. Plaats de draadloze router niet direct in de hoek van een kamer.
  3. Plaats de draadloze router op een plek met zo weinig mogelijk obstakels eromheen, d.w.z. niet direct achter of onder een obstakel zoals bijvoorbeeld een kast of een verwarming.
  4. Plaats de draadloze router bij voorkeur zo hoog mogelijk boven in de kamer, bijvoorbeeld boven op een kast.
  5. Zorg ervoor dat er zich zo min mogelijk obstakels bevinden tussen de draadloze router en de andere draadloze netwerkapparaten. Vooral metalen- of waterhoudende objecten (bijvoorbeeld koelkast, kamerplanten) verminderen de kwaliteit van het draadloos signaal aanzienlijk.
  6. Plaats de draadloze router niet in de buurt van andere zenders (bijvoorbeeld magnetron, babyfoon, draadloze speakers, bluetooth-apparaten).
  7. Om te testen plaats je de draadloze router en de FRITZ!WLAN Stick zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt.

    Opmerking:Wanneer je alle andere mogelijke bronnen voor de fout hebt uitgesloten, kun je de afstand tussen de twee apparaten weer vergroten.

7 Naam van het draadloze netwerk (SSID) wijzigen

Als er andere draadloze netwerken met dezelfde naam in de buurt zijn, kan het voorkomen dat draadloze netwerkapparaten proberen automatisch verbinding te maken met het verkeerde draadloze netwerk. Geef je draadloze router een unieke naam om dit te voorkomen:

Belangrijk:We hebben een FRITZ!Box gebruikt als voorbeeld voor de configuratie. Informatie over het configureren van een andere router vind je in het handboek of verkrijg je rechtstreeks bij de fabrikant van het apparaat.

  1. Klik op "Wireless" ("WLAN") in de FRITZ!Box-gebruikersinterface.
  2. Klik in het menu "Wireless" ("WLAN") op "Radio Network".
  3. Voer in het invoerveld "Name of the wireless radio network (SSID)" een unieke naam in voor de 2,4- en de 5GHz-frequentieband (indien beschikbaar), zonder speciale tekens. Omdat niet elk draadloos netwerkapparaat speciale tekens ondersteunt, adviseren wij alleen Latijnse standaardletters (dus niet ä, ë, ö, ü, é, í,ß, enz.) en cijfers te gebruiken.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wanneer je de nieuwe naam van het draadloze netwerk opslaat, worden alle draadloze verbindingen verbroken. Je moet de draadloze verbindingen met de draadloze router dan opnieuw configureren

8 Draadloze verbinding met de 5GHz-frequentieband tot stand brengen

Sommige draadloze routers stellen het draadloze netwerk beschikbaar via de 2,4- en de 5GHz-frequentieband. De 5GHz-frequentieband heeft minder vaak last van interferentie. Schakel daarom over op deze frequentieband als je draadloze netwerkapparaten de 5GHz-frequentieband ondersteunen:

Opmerking:Niet alle draadloze netwerkapparaten ondersteunen de 5GHz-frequentieband.
FRITZ!WLAN Stick AC 430, FRITZ!WLAN Stick AC 860 en FRITZ!WLAN Stick N (v2) ondersteunen de 5GHz-frequentieband.

  • Breng een draadloze verbinding tot stand met de router via de 5GHz-frequentieband.

De FRITZ!Box en de FRITZ!WLAN Stick zijn nu optimaal geconfigureerd en je hebt het best mogelijke draadloze bereik tussen beiden.

Opmerking:Als je het draadloze bereik niet voldoende hebt kunnen vergroten met behulp van deze maatregelen, kun je een FRITZ!WLAN Repeater gebruiken om het draadloze netwerk van de FRITZ!Box uit te breiden.