Aanbevelen:
Naar de Knowledge Base

FRITZ!DECT-radiatorthermostaat in het FRITZ!Box-thuisnetwerk gebruiken

Radiatorthermostaten, bijvoorbeeld FRITZ!DECT 301, kun je via een versleutelde DECT-verbinding (DECT-ULE) integreren in het FRITZ!Box-thuisnetwerk. Vervolgens kun je via de gebruikersinterface van je FRITZ!Box een individueel verwarmingsprogramma configureren.

Voorwaarden / beperkingen

  • FRITZ!DECT-radiatorthermostaten kunnen alleen worden gebruikt in combinatie met FRITZ!Boxen die een DECT-basisstation hebben, met uitzondering van FRITZ!Box 7412.
  • Er kunnen maximaal twaalf radiatorthermostaten worden aangemeld bij de FRITZ!Box.

1 DECT-verbinding tot stand brengen

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smart Home".
  2. Klik in het menu "Smart Home" op "Device Management".
  3. Klik op de knop "Register Device".
  4. Binnen 2 minuten: druk bij de radiatorthermostaat lang op de toets "MENU", druk op (aanmelding starten) en druk vervolgens op "OK". Als het aanmelden van de radiatorthermostaat bij de FRITZ!Box geslaagd is, staat er op het scherm van de radiatorthermostaat een vinkje.

2 Op radiator monteren en aan klepslag aanpassen

De radiatorthermostaat wordt eerst op de radiator gemonteerd en moet vervolgens aan de klepslag van het radiatorventiel worden aangepast:

  1. Demonteer de thermostaat van de radiator.
  2. Monteer indien nodig de juiste adapter.
  3. Monteer de radiatorthermostaat
  4. Volg de instructies op het scherm om de radiatorthermostaat aan te passen aan de klepslag. Het aanpassen van het ventiel is met succes voltooid zodra te temperatuur wordt weergegeven op op het scherm.

3 Radiatorthermostaat configureren

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Smart Home".
  2. Klik in het menu "Smart Home" op "Device Management".
  3. Klik bij de radiatorthermostaat in kwestie op de knop (Bewerken).
  4. Configureer de gewenste instellingen.
  5. Schakel de optie "Push service enabled" in, zodat je een e-mail ontvangt als de batterij bijna leeg is, als de draadloze verbinding verbroken is, of als de de radiatorthermostaat niet goed werkt.
  6. Klik op "OK" om de instellingen op te slaan.

Om stroom te besparen en de DECT-straling tot een minimum te beperken, communiceren radiatorthermostaten alleen in bepaalde tijdsintervallen met de FRITZ!Box. Daardoor is het mogelijk dat de gewijzigde instellingen pas na ca. drie minuten worden doorgegeven aan de radiatorthermostaat. Tijdens de vakantieschakeling en in de periode dat de verwarming uit is, worden de instellingen na maximaal 60 minuten doorgegeven. Door op een willekeurige toets van de radiatorthermostaat te drukken kun je forceren dat de instellingen meteen worden doorgegeven.

De radiatorthermostaat is nu geconfigureerd. Je kunt de verwarming handmatig aansturen bij de de radiatorthermostaat zelf, via de gebruikersinterface van de FRITZ!Box, met FRITZ!DECT 440, FRITZ!Fon (menu "Home Network > Smart Home") of met FRITZ!App Smart Home in het thuisnetwerk of vanaf het internet.