Aanbevelen:
Naar de Knowledge Base

Storingen tijdens televisiekijken via IPTV-aansluiting

Tijdens het televisiekijken via een IPTV-aansluiting treden er storingen op aan het geluid en/of beeld, als de FRITZ!Box verbinding maakt met internet en de mediaontvanger gebruikt maakt van de internetverbinding van de FRITZ!Box.

Voer de hier beschreven maatregelen na elkaar uit. Controleer na elke maatregel of het probleem is opgelost.

Opmerking:De configuratieprocedure en informatie over functies in deze handleiding hebben betrekking op het meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box.

1 Meest recente FRITZ!OS van de FRITZ!Box installeren

  1. Installeer op de FRITZ!Box het meest recente FRITZ!OS.

2 Wi-Fi-instellingen optimaliseren voor IPTV

De volgende maatregelen zijn alleen noodzakelijk als de mediaontvanger rechtstreeks via Wi-Fi is verbonden met de FRITZ!Box, of via een draadloze repeater:

Wi-Fi-instellingen van de FRITZ!Box optimaliseren voor IPTV:

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Channel".
  3. Als de optie "Adjust radio channel settings" is ingeschakeld, klik je op "Additional Settings".
  4. Schakel de optie "Optimize wireless transmission for live TV" in.
  5. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

Wi-Fi-instellingen van de FRITZ!Repeater optimaliseren voor IPTV:

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Repeater op "Wi-Fi".
  2. Klik in het menu "Wi-Fi" op "Wi-Fi Channel".
  3. Schakel de optie "Optimize wireless transmission for live TV" in.
  4. Klik op "Apply" om de instellingen op te slaan.

3 Mediaontvanger niet verbinden via de gasttoegang (Guest access)

Via de Wi-Fi- en de LAN-gasttoegang van de FRITZ!Box is het afspelen van IPTV niet mogelijk. Verbind de mediaontvanger als volgt:

  1. Als de mediaontvanger met de poort "LAN 4" verbonden is, verbreek je deze verbinding en verbind je de mediaontvanger met een andere LAN-poort van de FRITZ!Box.
  2. Als de mediaontvanger via een Wi-Fi-bridge met de FRITZ!Box is verbonden, verbind je het apparaat rechtstreeks met het Wi-Fi-netwerk van de FRITZ!Box.

4 Mediaontvanger niet verbinden via extra FRITZ!Box

Als je de mediaontvanger gebruikt in combinatie met een FRITZ!Box die is geconfigureerd als Mesh Repeater of als IP-client, kunnen we alleen garanderen dat je probleemloos televisie kunt kijken via IPTV, als op de FRITZ!Box FRITZ!OS 6.90 of nieuwer is geïnstalleerd.

Als FRITZ!OS 6.90 niet beschikbaar is voor de extra FRITZ!Box, ga je als volgt te werk:

  1. Verbind de mediaontvanger met een netwerkkabel rechtstreeks via een FRITZ!Repeater of een powerlineadapter (bijvoorbeeld met FRITZ!Powerline) met de FRITZ!Box die de internetverbinding tot stand brengt.

5 Mediaontvanger met "LAN 3"- of "LAN 4"-poort verbinden

De volgende maatregel is alleen noodzakelijk wanneer je het IPTV-aanbod gebruikt van T-Mobile Thuis (Interactieve TV) of Proximus (Proximus Pickx):

  1. Verbind de mediaontvanger met een netwerkkabel met de "LAN 3"- of "LAN 4"-poort van de FRITZ!Box.

    Opmerking:Je kunt de mediaontvanger ook via Wi-Fi of via de elektriciteitsleiding verbinden met de FRITZ!Box, bijvoorbeeld met een FRITZ!Repeater of FRITZ!Powerline.

6 FRITZ!Box opnieuw opstarten

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "System".
  2. Klik in het menu "System" op "Backup".
  3. Klik op het tabblad "Restart".
  4. Klik op de knop "Restart".

7 Multicast-interferentiebronnen opsporen en uitschakelen

Voorwaarde voor het afspelen van IPTV is de foutloze transmissie van IGMP-multicasts van de FRITZ!Box naar de mediaontvanger. Niet elk apparaat ondersteunt multicasts of kan de gegevensstroom die noodzakelijk is voor de weergave van IPTV foutloos naar de mediaontvanger doorsturen.

Multicasts worden meestal niet ondersteund of onjuist verwerkt door switches of draadloze repeaters van andere fabrikanten. Deze apparaten storen de weergave, zelfs als de receiver rechtstreeks is verbonden met de FRITZ!Box. Alle FRITZ!Repeaters ondersteunen multicasts.

Om te bepalen of de interferentie wordt veroorzaakt door apparaten in je thuisnetwerk en om de storing op te lossen, ga je als volgt te werk:

Interferentiebronnen opsporen met IP-adres

  1. Klik in de gebruikersinterface van de FRITZ!Box op "System".
  2. Klik in het menu "System" op "Event Log".
  3. Selecteer uit de vervolgkeuzelijst "System".
  4. Controleer of een van de volgende foutmeldingen wordt weergegeven:
    • "IGMPv3 multicast router [IP-adres van de interferentiebron] ignored"
    • "IGMPv2 multicast router [IP-adres van de interferentiebron] active"
    • "IGMPv2 changed by [IP-adres van de interferentiebron]"
  5. Als één of meer van deze meldingen worden weergegeven:
    1. Noteer het IP-adres van het apparaat dat interferentie veroorzaakt en klik in het menu "Home Network" op "Network".
    2. Klik op het tabblad "Network Connections".
    3. Spoor het apparaat dat interferentie veroorzaakt op met behulp van het IP-adres in de lijst met netwerkapparaten.
    4. Schakel het interferentie veroorzakende apparaat uit.
    5. Als de mediaontvanger via het interferentie veroorzakende apparaat was verbonden met de FRITZ!Box, verbind je de ontvanger rechtstreeks met een LAN-poort van de FRITZ!Box.
    6. Start de FRITZ!Box en de mediaontvanger opnieuw op door de apparaten kort van het stroomnet los te koppelen en na een paar seconden weer te verbinden met het stroomnet.
    7. Controleer of er nog steeds storingen optreden.
    8. Als de storingen nog steeds optreden ga je verder met de volgende maatregel.

Interferentiebronnen opsporen zonder IP-adres

  1. Schakel alle hubs/switches en powerlineadapters uit en koppel de apparaten los van de FRITZ!Box.
  2. Als de mediaontvanger was verbonden met de FRITZ!Box via één van de verwijderde apparaten, verbind je de receiver rechtstreeks met een LAN-poort van de FRITZ!Box.
  3. Start de FRITZ!Box en de mediaontvanger opnieuw op door de apparaten kort van het stroomnet los te koppelen en na een paar seconden weer te verbinden met het stroomnet.
  4. Controleer of er nog steeds storingen optreden.
  5. Als de storingen niet meer optreden, verbind je de losgekoppelde apparaten één voor één en let je op bij welk apparaat de storingen opnieuw optreden.

Interferentiebronnen uitschakelen

Als je hebt ontdekt welk apparaat de storingen veroorzaakt, kun je het probleem met één van de volgende maatregelen oplossen:

  1. Schakel bij het apparaat functies zoals "IGMP-Snooping", "IGMP" en dergelijke uit. Informatie over IGMP-Multicastondersteuning van het apparaat verkrijg je bij de fabrikant; raadpleeg bijvoorbeeld de handleiding.
  2. Installeer de meest recente software voor het apparaat.
  3. Verwijder het apparaat uit het thuisnetwerk.